Hij wist niet meer, wanneer hij voor eerst zijn gave had ontdekt. Het was ergens op de middelbare school geweest. Waarschijnlijk tijdens een vechtpartij. In ieder geval wist hij het in de derde klas al goed te gebruiken. Als iemand hem wilde slaan, dacht hij terug, zoals hij het noemde en de arm ging terug en dan weer naar voren, maar dan was hij al weg en de vuist maaide in het niet.
Later op de universiteit begreep hij iets van wat er tijdens het terugdenken gebeurde en in een dagboek, dat hij een tijdje bijhield, noemde hij het een stapje terug op de tijdas. Het lukte hem echter niet ooit meer dan een stapje, iets meer dan een sekonde hoogstens, achteruit te gaan. Maar dat was vaak voldoende en had hem in ieder geval wat blauwe ogen en de nodige vlekken van gemorste drank bespaard.
Zijn karriëre verliep geheel volgens plan. Via universiteit en enkele niet slecht betaalde baantjes kwam hij tenslotte terecht bij een grote multinational als de vlotte, zakelijke geleerde van deze tijd, die minstens eenmaal per maand de halve wereldbol overvloog naar weer een kongres, naar weer een colloqium. Zijn huis was een meer dan riante villa met bijpassende echtgenote en twee aardige kindertjes. Zijn wereld kende geen noden, geen armoe, oorlog. Misstanden lagen ver van zijn kantoor en kongreszalen. Ondanks, dat hij tweemaal samen met andere kongresgangers zijn hotel via een dienstuitgang had moeten verlaten, omdat de hoofdingang door demonstranten was belegerd, had hij er nooit meer dan een losse gedachte aan besteed. Het was hinderlijk geweest, maar niet echt lastig.
Het vliegtuig was nu ongeveer drie uur in de lucht. Het was stil in de kabine. De meesten van het handjevol passagiers sliepen. Hij legde enkele aantekeningen opzij en bedacht, dat de luchtvaartmaatschappijen meer stoelen moesten bezetten om verliezen te voorkomen. Nog drie andere mannen waren wakker. Ze spraken zacht met elkaar, helemaal voorin gezeten. Dan stond een van hen op en liep resoluut naar voren, opende de deur, waarachter pantry en cockpit lagen. De steward, die tot dan toe had liggen doezelen, schoot overeind en pakte de man bij schouder. Een zacht ploppend geluid weerklonk en de steward sloeg dubbel en viel tussen de stoelen op de grond. De andere twee mannen stonden nu ook op en posteerden zich voor de cockpitdeur. Na een kort ogenblik liep een van hen, de passagiers onderzoekend aankijkend naar achter, waar hij zich bij het gordijn, dat de toiletruimte afsloot opstelde.
Ruim tien minuten gebeurde er verder niets. dan kraakten de luidsprekers even en klonk de stem van de gezagvoerder. "Ladies and gentlemen, this is your captain speaking. There's someone here who wants us to fly to some place. Stay calm please." "Idioten", dacht hij, terwijl hij zijn aantekeningen weer opppakte en ze rustig verder bestudeerde. De overige passagiers toonden wel, dat hun zenuwen niet geheel meer rustig waren, maar de twee man in de kabine, voor en achter, waarvan nu één een machinepistool en de ander een zware revolver bleek te hebben, weerhielden hun van ondoordachte daden.
Vier uur later was de kaping voor hen in de kabine alleen nog vervelend. Iedereen begon duidelijk moe te worden. Er heerste een wat lome sfeer. Nadat hij zijn aantekeningen geheel had bestudeerd, had hij nog een Playboy, die hij uit een of ander Hilton had meegenomen, gelezen en toen een vol uur nietsdoend gezeten. Nu stond hij voorzichtig op, handen boven zijn hoofd en liep langzaam naar achter. Beide mannen richtten hun wapen op hem. Drie meter voor de man bij het gordijn bleef hij staan en zei: "I want to wash my hands, please." De man keek naar de ander en stapte dan opzij en hield het gordijn voor hem open. Hij liep meteen naar het tweede toilet en sloot de deur direkt achter zich. Snel ging hij te werk. Zoals hij al gezien had, lagen er drie omgevallen flessen schoonmaakmiddelen in een hoek. Verschillende. Vermoedelijk vergeten door iemand van de schoonmaakploeg op het vliegveld van vertrek. Hij goot ze alle drie in de pot en wachtte even tot het begon te bruisen. Dan ontsloot hij de deur en zei tegen de man met het machinepistool: "Look", en wees naar de pot. De man boog zich verbaasd voorover. De dampen sloegen op zijn ogen en in een refleks liet hij het pistool vallen en begon in zijn ogen te wrijven. Hem een duw in de rug geven, waardoor hij voorover met zijn hoofd in de pot viel, het machinepistool oprapen en de kaper daarmee een klap in de nek geven en de deur sluiten was letterlijk in geen tijd gebeurd. Met een ruk schoof hij het gordijn open. De kaper voorin zag hem meteen en probeerde tussen de stoelen weg te duiken. Hij dacht terug en vuurde. De man tolde om zijn as en viel tussen de stoelen. Binnen enkele sekonden ging de cockpitdeur open en de derde man verscheen. Hij stapte weer even terug in de tijd en raakte de man met een schot uit het machinepistool midden in de borst op het moment, dat deze achter de deur zichtbaar werd. De deur zwaaide weer dicht en dan langzaam weer open. Dan zag hij, dat de man iets in zijn rechterhand hield. In een flits herkende hij het en dacht terug, maar de paniek hield hem gevangen. En de deur zwaaide weer open en weer dicht en weer open en weer dicht, maar de handgranaat zonder pen bleef in de rechterhand van de stervende man.
De explosie werd door minstens tien schepen waargenomen en de brokstukken kwamen van grote hoogte over kilometers uiteen in zee terecht. Maar ergens in het heelal bleef een man verbijsterd staren naar een open en dichtzwaaiende deur, waarachter een zwaargewonde man ligt, die nooit zal sterven, met een handgranaat, die nooit af zal gaan, in een eeuwige cirkel van tijd.