Hij zag het gevaar op het ogenblik, dat hij zijn koppeling op liet komen. Op dat moment reed de motor ruim honderdtwintig kilo- meter per uur volgens de teller. Het achterwiel blokkeerde. Hij zag de vrouw in de stoel naast de bestuurder, haar gezicht ach- terom naar hem gekeerd, haar mond openen in een geluidloze gil en de bestuurder het stuur om gooien om de grote blauwe Mercedes terug naar de rechterbaan te krijgen, waar nu echter een oude 2CV de weg versperde.
Hij voelde de auto het eerst met zijn rechtervoet, toen deze het linkerportier raakte. De Mercedes slipte door de gekombineerde stuur-remreaktie en veegde de motor naar de middenberm nog voor deze geheel gevallen was. De 2CV leek te springen. Dan was er de vangrail en leek zijn lichaam te exploderen in een gloed van pijn. Hij zag de tank van zijn motor exploderen en iets; de vrouw? ; de voorruit van de Mercedes doorboren. Daarna slechts een vervagend beeld van een brandende Mercedes, gebroken door een brandende kogel in zijn linkerflank; een op zijn kant liggende 2CV en een zwart leren pop in de middenberm, langzaam rood kleurend. In dit rood loste alles op.
De rijkspolitie was binnen vijf minuten ter plaatse. De ambulances waren reeds onderweg. Toen men de slachtoffers zo snel mogelijk naar een ziekenhuis transporteerde, kende de politie de juiste toedracht al. De ondoordachte inhaalmaneuvre van de Mercedes; de motorrijder, die geen enkele kans meer had om te ontwijken; de kalm rijdende deuz cheveaux, die het geheel van achteren op zich kreeg.
Hij zag de Mercedes opzijgaan, zonder knipperlicht. Vlak achter die oude eend gekropen. Hij remde, maar wist dat het hopeloos was. De klap kwam nog voor de motor helemaal onderuitgegaan was. De smak tegen de vangrail. De zware explosie, een bijna volle tank nog. Alles brandde en werd rood.
"Dag mevrouw. We hebben op het hoofdbureau een bericht uit Driebergen over Uw zoon doorgekregen. Zou ik misschien even binnen mogen komen?"
Zonder waarschuwing schoof de Mercedes opzij. Minder dan een sekonde later raakte zijn lichaam de vangrail; joegen hoog de vlammen op boven de Mercedes en de zware Honda motor. En vervaagde alles in een steeds donker wordend rood.
"Gisteravond rond zeven uur heeft zich op de snelweg Utrecht- Arnhem ter hoogte van Maarn een ernstig verkeersongeval voorgedaan, waarbij drie mensen om het leven kwamen. Twee mensen werden lichtgewond. Ze konden na behandeling in het ziekenhuis naar huis terugkeren."
"Zo'n grote Mercedes, je weet wel met zo'n lefgozer achter het stuur. De hele tijd vlak achter ons. En toen ging die ineens opzij. Ik hoorde een enorme klap en toen kreeg ik een zet in mijn rug. We schoten zo over de vluchtstrook in een klap op zijn kant naast de weg. Die vent leefde nog, hoorde ik, maar alles stond in brand. Zijn vrouw was meteen dood, net als die jongen van die motor."
Geërgerd door die gammele eend kroop hij er dichterop, toen hij de laatste wagen uit het rijtje op de linkerbaan zag. Na die rode Peugeot. Toen deze naast hem zat, trapte hij het gas al in. Zijn vrouw gilde. Monsterlijk groot zag hij opeens die motor naast zich. Hij gooide het stuur om en trapte koppeling en rem vol in. Alles scheen te glijden. Hij dacht gemangeld te worden tussen de eend en de motor. Dan leek de motor opeens zijn auto in te komen. Hij zag zijn vrouw naar voren schieten; de ruit verbrijzelen. Zijn lichaam leek uit elkaar gerukt te worden. Naast hem lag een vreemd bloederig geheel overdekt met allemaal witte korreltjes. Hij hoorde niets meer, maar opeens was er overal vuur. Hij verbaasde zich, dat hij geen pijn voelde. Hij zag mensen staan schreeuwen. Daar buiten het vuur. Hij glimlachte. Hij voelde zich niet ongelukkig, toen langzaam al het licht doofde en hij opeens vaag het loeien van de vlammen hoorde, steeds harder tot aan het magistrale crescendo.
"Dag agent. U moet hier zijn? Meneer en mevrouw zijn niet thuis. Oh, dat weet U? Ja, de kinderen zijn al naar bed. U kunt wel even binnenkomen."