De heer P.M.J. de Vries werd vierenvijftig jaar oud. Zijn dood werd veroorzaakt door een niet eens zo bijzondere auto. Om precies te zijn een gewone aardig veel verkochte Mercedes. Bij leven en welzijn was de heer de Vries direkteur van een im- en exportmaatschappij. Op advies van zijn arts, die hem had voorspeld, dat, als hij zo doorging, hij zich binnen vijf jaar had doodgegeten en gezeten, en omdat het voor de buren erg sportief stond, had hij zich een felrood sportfietsje aangeschaft en fietste daarmee elke dag naar kantoor. Alleen op zondag en voor zakenbezoeken gebruikte hij nog de glanzende Mercedes.
En dat fietsje werd nu ironisch genoeg medeschuldig aan zijn dood. Een sportfietsje is nu eenmaal geen Mercedes. Voorrang nemen kun je wel vergeten, maar dat vergat meneer de Vries juist die woensdag om vijf uur veertien namiddag. Welgemoed had hij de aktentas op de bagagedrager geklemd en was de poort uitgepeddeld, de groet van de portier minzaam beantwoordend en de weg opgedraaid. Twee straten verder sloeg hij links af de voorrangsweg op. Hij had nog de tijd om kwaad te worden, toen het hinderlijke geluid van een klakson hem trof, juist op het midden van de weg. Hij had geen tijd meer om, zoals altijd zijn gewoonte was geweest, de klaksoneur met een simpel gebaar van de wijsvinger naar het voorhoofd zijn onbeleefdheid om te klaksoneren naar hem: "de Vries, direkteur, aangenaam", duidelijk te maken.
Het was een prachtige smak uit het oogpunt van de toeschouwers gezien. Het fietsje ging onder de Mercedes door en meneer de Vries erover heen. Dit alles onder luid gekerm van zwaar geplaagde banden. Meneer de Vries was de laatste die ophield met bewegen. Hij kwam pas op het asfalt terecht, toen Mercedes en fiets reeds geheel tot stilstand waren gekomen. Toen de G.G.D. gearriveerd was en de broeders de schade konden vaststellen was meneer de Vries al niet meer in het land der levenden. Wat er allemaal precies gebroken was, kon men niet zo snel bepalen, maar het was meer dan genoeg geweest voor meneer de Vries.
De heer P.J.M. de Vries werd negenenvijftig jaar oud. Zijn dood werd onder andere veroorzaakt door een niet eens zo bijzondere auto. Om precies te zijn een gewone aardig veel verkochte Mercedes. Bij leven en welzijn was de heer de Vries direkteur van een im- en exportmaatschappij. Op advies van zijn arts, die hem had voorspeld, dat, als hij zo doorging, hij zich binnen vijf jaar had doodgegeten en gezeten, en omdat het voor de buren erg sportief stond, had hij zich een felrood sportfietsje aangeschaft en fietste daarmee elke dag naar kantoor. Alleen op zondag en voor zakenbezoeken gebruikte hij nog de glanzende Mercedes.
Maar toen hij een maand later zich naar een zakenrelatie haastte, was een man op precies zo'n fietsje als hij had, zonder op of om te kijken vlak voor hem een voorrangsweg opgereden en ondanks zijn heftig remmen had hij de man aangereden. Hij was op slag dood. Sinds die dag had meneer de Vries het fietsje in de garage laten roesten en was ondanks vele waarschuwingen van zijn arts weer elke dag in de Mercedes gestapt, tot op die dag dat hij, negenenvijftig jaar oud, voor de garagedeur in elkaar zakte. Toen de huisarts gearriveerd was, was meneer de Vries al niet meer in het land der levenden. Wat er allemaal dichtgeslibt was, kon de arts niet zo snel bepalen, maar het was meer dan genoeg geweest voor meneer de Vries.